
Niveaus van training in Nederland |
Bij Satria Nusantara wordt getraind op verschillende niveaus. In totaal
zijn er acht niveaus, die ieder weer een onderverdeling hebben. Men begint
als Pradasar, de weg naar het eerste niveau en eindigt op het hoogste
niveau met meditatie (Meditasi).
Als Pradasar leert men de tien basistechnieken die op de diverse
niveaus in een aantal varianten worden beoefend.
Het eerste niveau is het Dasar-niveau. Deze kenmerkt zich door
bewegingspatronen die snel en met kracht worden uitgevoerd. Het doel
hiervan is met name je fysiek sterker te maken.
Vervolgens is er het Pengendalian niveau, onderverdeeld in 10
sub-niveaus. Deze kenmerkt zich door langzame bewegingen zonder kracht.
Het accent licht hierbij op beheersing, met name de ademhaling.
Het volgende niveau is het Gabungan niveau. Het accent ligt hierbij op
de concetratie. Dit niveau, onderverdeeld in 6 sub-niveaus kenmerkt zich
door combinaties van de verschillende basistechnieken.
Na het Gabungan niveau is er Pengendalian Keras,
eveneens met 10 sub-niveaus. Het accent is het langzaam uitvoeren van de
Satria Nusantara technieken, vergelijkbaar met de Pengendalian technieken;
alleen wordt de beweging met kracht uitgevoerd.
Het volgende niveau is
het Gabungan Pengendalian Keras niveau. Dit niveau is onderverdeeld in 4 sub-niveaus. De
combinatietechnieken worden hier langzaam en met kracht uitgevoerd.
Het hoogste niveau waarop op dit moment les wordt
gegeven is Penjuru 3. De Penjuru technieken zijn opgesplitst in twee
groepen met in totaal 7 niveaus. De technieken kenmerken zich door
een combinatie van snelle en langzame bewegingen, met kracht uitgevoerd in
alle windrichtingen.
Om echt baat te hebben bij Satria Nusantara is regelmatige training een
must. In georganiseerd verband wordt er over het algemeen eens per week
getraind. Men kan dit opvangen door zelf thuis te trainen of bij een
andere afdeling te trainen.
De training ziet er als volgt uit.
Eerst wordt er een warming up/stretching gedaan.
Vervolgens is er een moment van bezinning. In Indonesië, een
grotendeels Islamitisch land, is er een gebed voor dit moment. Zij die een
ander geloof hebben kunnen hier zelf invulling geven (zie ook opmerkingen
bij hoofdstuk Bescherming).
Na
het gebed wordt er gedurende 10 minuten een zittende ademhalingsoefening
gedaan (Nafas Duduk). Het doel van deze ademhalingstechniek is meerledig.
Een daarvan is een vorm voor warming up voor de volgende
ademhalingstechnieken.
Het vervolg van de zittende ademhaling zijn de verschillende
bewegingspatronen (Jurus) die gebaseerd zijn op tien basistechnieken.
Afhankelijk van het niveau kunnen bewegingen in bepaalde varianten,
langzaam of snel, met kracht of ontspannen met ingehouden adem of met een
afwisselende in -en uitademing worden uitgevoerd. Door de bewegingen
worden de organen gestimuleerd, spieren versterkt, ademhaling verbeterd
etc.
|
|
Na de bewegingspatronen die ruim een uur in beslag nemen gaat men weer
over tot een moment van gebed/bezinning en zittende ademhaling.
Uiteindelijk wordt de training afgesloten met het uitvoeren in drie
stappen van de eerste basistechniek om de gegenereerde energie samen te
brengen en op te slaan.
Na een aantal trainingen en afhankelijk van de aanwezigheid van een
trainer uit Indonesië wordt er een evaluatie gehouden over de kwaliteit
van de uitgevoerde technieken. De leden worden vervolgens bevordert naar
een hoger niveau.
Bij de eerste evaluatie, waarbij de aspirant leerling (Pradasar) de
stap zet naar het eerste niveau, zal de trainer (uit Indonesië) de
energie die de pradasar tijdens de training heeft opgebouwd
synchroniseren. De energie wordt op dezelfde golflengte gebracht. Bij
andere niveau-overgangen zorgt de trainer voor een bundeling van de energie
in het energiecentrum.
Om wat variatie te brengen in de training (elke training bestaat uit
herhaling van de bewegingspatronen op een bepaald niveau) zijn er extra
trainingen.
De gemeenschappelijke training (Latihan Gabungan) is een training
waarbij de leden uit de diverse afdelingen gezamenlijk (veelal in de
buitenlucht) trainen. Deze worden afgesloten met een gezamenlijke maaltijd
en/of recreatieve aktiviteiten.

Training in het ontwikkelen van innerlijke kracht. Innerlijke kracht
(Tenaga Dalam) kan gezien worden als het leren omgaan met energie, van
jezelf maar ook uit de omgeving. Het gaat hierbij om zowel ontvangen als
zenden van energie. Het laatste wordt met name gebruikt om genezing van
ziektes te bevorderen (healing).
Hoe men zich met Satria Nusantara wil ontwikkelen
bepaalt de beoefenaar zelf. Voor een ieder geldt
dat men werkt aan zijn eigen gezondheid. Daarnaast kan men zich richten op
de gezondheid van anderen. Men kan ook werken aan zijn eigen ontwikkeling
op het gebied van innerlijke kracht. De basis voor
het behalen van goede resultaten blijft het regelmatig trainen. Het
overgaan naar hogere niveaus brengt ook verplichtingen met zich mee. Op
hogere niveaus trainen vraagt om regelmatige trainingsinspanningen. Op
dit moment is het mogelijk op korte termijn een hoog niveau te bereiken
door cursussen te volgen waarin begeleiding wordt gegeven door de hoogste
pelatihs van Satria Nusantara, waaronder de oprichter Maryanto. Deze
intensieve spoedcursussen vereisen wel een goede follow-up die men met de
nodige zelfdiscipline zelf moet invullen. Vanuit
de trainersgroep kan in Nederland op dit moment alleen aan leden
ondersteuning worden gegeven tot het niveau Penjuru 3. Leden
van een hoger niveau zijn op zichzelf aangewezen.
Voor informatie kunt u contact opnemen met de afdelingen of e-mailen naar Satria
Nusantara
|